De transversaalschaal is een hulpmiddel om van tekeningen precies te bepalen (op een bepaalde schaal) wat de afstand is tussen twee objecten of de lengte van een lijn. Het Leege Land heeft vier transversaalschalen.
Methode De transversaalschaal is een vernuftig helpmiddel, maar het vergt wat oefening om ermee te werken. De schaal is gemaakt om vaak tot op de meter nauwkeurig een afstand te meten op een bepaalde schaal. De transversaalschaal wordt gebruikt op twee manieren. De eerste manier is om afstanden uit te zetten op papier. Met de passer wordt een afstand bepaald op de transversaalschaal, die wordt vervolgens op het papier gezet en de afstand nagetekend. De tweede manier is om afstanden op kaarten te meten. De passer wordt op de kaart gezet en de afstand wordt daarmee bepaald. Vervolgens wordt de passer met de gemeten afstand op de transversaalschaal geplaatst en kan de tekenaar de gemeten afstand aflezen.
Aflezen Het aflezen van de afstand op een transversaalschaal is hetgeen wat oefening vergt. De ene passerpoot wordt aan de uiterste rand van de schaal gezet. De andere steekt dan over de gegraveerde lijnen. De eerste aflezing is vervolgens grof: de passerpoot steekt voorbij de 10 of 100 meter, wat zoveel wil zeggen dat de afstand tussen de 10-20 of 100-200 meter ligt. Vervolgens kan een goede gebruiker de passer heel precies langs de gegraveerde lijnen laten glijden om de afstand tot op de meter nauwkeurig vast te stellen.
Het Leege Land heeft vier messing transversaalschalen, tweezijdig gegraveerd met schaalverdelingen van 1:500, 1:1000, 1:1440, 1:2500 en 1:2880.











